Ast net sels de leie hast
De drie keuzes van een erfgenaam
Als je het bericht ontvangt dat je óf op grond van de wet, óf dankzij een testament erfgenaam bent van iemand die is overleden, dan heb je in beginsel drie keuzes. Je kunt de nalatenschap zonder meer aanvaarden, ook wel zuivere aanvaarding genoemd. Dat doe je soms al door je als erfgenaam te gedragen en spullen in ontvangst te nemen. De twee andere keuzes lopen via de rechtbank.
Je kunt daar de verklaring afleggen dat je helemaal niets met de erfenis van doen wilt hebben en die wilt verwerpen. Bijvoorbeeld omdat je zeker weet dat de overledene alleen maar schulden heeft achtergelaten, maar soms ook omdat je absoluut niets meer met de betreffende persoon en het nagelaten vermogen van doen wilt hebben.
De derde optie is de zogenaamde beneficiaire aanvaarding, wat er op neerkomt dat je na de aanvaarding eerst gaat inventariseren wat de bezittingen en de schulden van de nalatenschap zijn. Is er een tekort, dan hoef je dat niet uit eigen vermogen bij te passen.
In beginsel is iedereen vrij om zijn/haar eigen keuze te maken, tenzij ast net sels de leie hast (niet het eigen beheer). Als iemand een bewindvoerder heeft, dan moet die voor de erfgenaam handelen maar die heeft geen vrije keus in erfeniskwesties. De bewindvoerder moet handelen in het belang van degene voor wie hij verantwoordelijk
is. En dat belang betekent geen kansen laten liggen en geen risico’s nemen.
Zo mag er niet zuiver aanvaard worden omdat dat het risico met zich meebrengt dat je moet bijbetalen als er meer schulden zijn dan baten. Verwerpen mag ook niet zomaar, daar heeft een bewindvoerder de toestemming van de kantonrechter voor nodig. Hij moet ook duidelijk aantonen dat het echt in het belang van de erfgenaam is dat er verworpen wordt. De standaardregeling is dat de bewindvoerder namens de erfgenaam de erfenis beneficiair moet aanvaarden.
Is een kind uitgesloten als erfgenaam (onterfd) en heeft dat kind een bewindvoerder, dan moet die ook verplicht namens het kind in actie komen en namens het kind een beroep doen op de zogenaamde legitieme portie: het wettelijk minimum deel van een erfenis waar een kind altijd recht op heeft. Ook al is de bewindvoerder het volledig eens met de overledene en vindt hij eigenlijk zelf ook dat het kind het niet nodig heeft, of mogelijk niet verdiend heeft, dan is hij toch wettelijk verplicht om voor de rechten van het kind op te komen.
Je hebt het dus niet altijd zelf voor het zeggen.
Wil je meer weten over dit onderwerp of heb je vragen? Neem dan contact met ons op.